Voorstelling van het College

Milieuhandhaving

Vóór 1 mei 2009 konden overtredingen op de Vlaamse milieuregelgeving nagenoeg alleen strafrechtelijk worden gesanctioneerd. De strafrechtelijke rechtshandhaving domineerde de bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandhaving. De bestaande handhavingsordening bleek echter niet te volstaan om schendingen van de milieuregelgeving adequaat te kunnen beteugelen.

Het Milieuhandhavingsdecreet van 21 december 2007, waarbij een nieuwe titel XVI “Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen” werd ingevoegd in het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, verlegde daarom het accent van een strafrechtelijk rechtshandhavingsmodel naar een meer bestuurlijk georiënteerde vorm van handhaving. Naast het invoeren van een veralgemeende mogelijkheid tot toepassing van de bestuurlijke maatregelen, werd eveneens een zeer belangrijke rol weggelegd voor de bestuurlijke beboeting.

Bij de vaststelling van milieumisdrijven en milieu-inbreuken kan de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer (kortweg AMMC) van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie een alternatieve of exclusieve bestuurlijke geldboete opleggen, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming. Tegen deze beslissingen kan de overtreder beroep instellen bij het Milieuhandhavingscollege.

 

Bevoegdheden

Het Milieuhandhavingscollege is bevoegd voor de behandeling van beroepen ingesteld tegen beslissingen van AMMC waarbij een alternatieve of een exclusieve bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming.

Enkel diegene aan wie de boete is opgelegd is beroepsgerechtigd. Belangrijk te vermelden is ook dat het beroep de bestreden beslissing schorst.

De bestuurlijke beboeting kan schendingen van een brede waaier van Europese verordeningen, milieuwetten en -decreten bestraffen. Het toepassingsgebied van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (kortweg DABM) omvat zowel milieuhygiënewetgeving als milieubeheerwetgeving. Artikel 16.1.1 van het DABM en artikel 2 van het Milieuhandhavingsbesluit bevatten een opsomming van de wetgeving in kwestie.

De beslissingen die het Milieuhandhavingscollege kan nemen, zijn omschreven in artikel 16.4.19, §3, van het DABM. Ook deze bepaling werd ten gevolge van de voormelde wijzigingen aan het DABM grondig herzien. Vier hypothesen vallen te onderscheiden, voor de beroepen die sinds 22 juli 2011 zijn ingediend.

  1. Het Milieuhandhavingscollege is niet bevoegd om het beroep te behandelen, in welk geval het beslist tot afwijzing van het beroep, gebeurlijk middels de vereenvoudigde procedure zoals beschreven onder Hoofdstuk IX van het Procedurebesluit.
     
  2. Het beroep is onontvankelijk. Ook in deze hypothese beslist het Milieuhandhavingscollege tot een afwijzing van het beroep zonder tot een behandeling ten gronde te kunnen overgaan, gebeurlijk middels de vereenvoudigde procedure.
     
  3. Het beroep is ongegrond. In deze hypothese beslist het Milieuhandhavingscollege eveneens tot een afwijzing van het beroep, evenwel na de behandeling ten gronde ervan. Deze beslissing houdt een bevestiging in van de bestreden beboetingsbeslissing op het beroepen aspect. Dit kan niet alleen het principe en het bedrag van de opgelegde geldboete betreffen, maar evengoed slaan op andere aspecten van de bestreden beslissing zoals de kwalificatie van de feiten als milieumisdrijf of milieu-inbreuk en het daderschap.
     
  4. Het beroep is gegrond. In dit geval vernietigt het Milieuhandhavingscollege de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk, in welk geval (in regel) de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer een nieuwe beslissing kan nemen, behoudens in die gevallen waarin zij niet of niet meer bevoegd is. Het Milieuhandhavingscollege kan evenwel ook zelf een beslissing nemen over het bedrag van de geldboete en, in voorkomend geval, de voordeelontneming, en bepalen dat zijn uitspraak daarover de vernietigde beslissing vervangt.

 

Samenstelling

Het College bestaat uit bestuursrechters die voor het leven benoemd zijn. Zij oefenen hun ambt uit met respect voor de beginselen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid bij het rechtspreken.

Op 9 oktober 2015 zijn drie bestuursrechters bij het College benoemd.

Bestuursrechters  
Marc Van Asch Voorzitter MHHC
Geert De Wolf Bestuursrechter MHHC
Pascal Louage Bestuursrechter MHHC

De bestuursrechters van de Raad voor Vergunningsbetwistingen kunnen door de Eerste Voorzitter van de DBRC ter beschikking gesteld worden van het Milieuhandhavingscollege.